Mobiliteit en strakke borstspieren

Marit Polman

Mobiliteit

Je hebt vast wel eens de oefening gedaan om bij de doorhaal je vingers samen te ballen tot een vuist. Het lijkt dan wel of je stil staat in het water, zoveel stuwvlak mis je. Je harkt jezelf naar voren, in plaats van het trekken en duwen met een vlakke hand.

Nu is een fysieke beperking niet gelijk het missen van vingers, maar je begrijpt wel de invloed van fysieke beperkingen op de zwemslag. Nog een situatie. Twee jaar geleden was er een dame van midden 60 in mijn borstcrawlcursus. Ze wilde graag mee zwemmen bij de actie van Maarten van der Weijden. Nadat de basis van benen, ligging en ademhaling redelijk was, bleef ik maar hameren op haar overhaal. Haar elleboog bleef zo laag in de overhaal, dat ze haar arm meer door het water naar voren bewoog dan over het water. Ik haalde haar uit het water om haar de beweging te laten voelen, maar de beweging die ik zo graag zag was helemaal niet (meer) mogelijk.

Onze mobiliteit (vaak verward met flexibiliteit) wordt minder naarmate we ouder worden. Daarom is in beweging zijn en blijven zo belangrijk, zo blijven we de gewrichten smeren. Zwemmen is een ideale sport om je mobiliteit te behouden en onderhouden. Als trainer zie ik regelmatig wat een beperkte(re) mobiliteit aan fysieke beperkingen geeft in de zwemslag. Leeftijd zegt daarin overigens niet alles! Zo is bijvoorbeeld de schoudermobiliteit bij jonge mannen die te veel in de sportschool hebben rondgehangen ook erg laag.

Voor de borstcrawl licht ik drie gewrichten uit waarvan het fijn is dat ze mobiliteit hebben; je rug, schouders en enkels.

Ten eerste de bovenrug. Als je bovenrug erg ‘voorovergebogen’ is beperkt het je in de gewenste vlakke ligging, je ligt meer krom in het water. Dat maakt ook zijwaarts ademhaling nog een stuk lastiger! Let dus op je houding, niet alleen in het water, maar ook als je loopt of werkt.

Ten tweede de schouders. Als de mobiliteit laag is, of de borstspier te goed getraind, is het lastig om de elleboog hoog over het water naar voren te brengen in de overhaal. Dit is te compenseren door meer te draaien met je romp, maar liever wil je dat niet.

Tot slot de enkels. Je wilt zwemmen met je wreef naar de bodem in plaats van je tenen. Hoe meer mobiliteit, hoe makkelijker. Daarnaast zorgt de (onbewuste) rotatie van de enkel ook voor meer stuwing. De ‘magie’ waarom de één met alleen benen zoveel sneller gaat dan de ander!

Gelukkig is er ook wat te doen aan deze ‘fysieke beperkingen’ (in tegenstelling tot het missen van vingers). Oefeningen op het land, onder begeleiding van bijvoorbeeld een fysiotherapeut, kunnen helpen. Wil je de oefeningen meer integreren in bewegen, dan is yoga een mooie aanvulling op het zwemmen. Train je voor triatlons? Dan is het altijd goed om te kijken wat de consequenties zijn van de ene sport op de andere, en dan de juiste balans in vinden waar je aan wilt werken. Overleg zo nodig met je trainer.


Auteur: Marit Polman (trainster Mijnzwemcoach en eigenaresse Stamina, swimming and yoga)